Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 7 februari 2014

Zaakgegevens

Op 7 februari 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 februari 2014
Datum publicatie
6 februari 2014
Zaaknummer
13/00872
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:241
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Breda · 5 september 2011

    ECLI:NL:RBBRE:2011:BU4720
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 18 januari 2013

    ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ0362

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 7 februari 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:241

Uitspraak

7 februari 2014

Nr. 13/00872

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 18 januari 2013, nrs. 11/00661, 11/00662 en 11/00663, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Breda (nrs. 10/542, 10/543 en 10/544) betreffende aan belanghebbende voor de jaren 2005 tot en met 2007 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2 Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 februari 2014.