Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 28 februari 2014

Zaakgegevens

Op 28 februari 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
28 februari 2014
Datum publicatie
27 februari 2014
Zaaknummer
13/04368
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:426
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Haarlem · 10 mei 2011

    ECLI:NL:RBHAA:2011:BR6718
  2. Gerechtshof Amsterdam · 1 augustus 2013

    ECLI:NL:GHAMS:2013:2407

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 28 februari 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:426

Uitspraak

28 februari 2014

Nr. 13/04368

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 1 augustus 2013, nrs. 11/00534 tot en met 11/00537, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nrs. AWB 09/5239, AWB 09/5240, AWB 09/5242 en AWB 09/5244) betreffende de aan belanghebbende over de periode 1 januari 2003 tot en met 31 december 2005 opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting, de aan hem over het jaar 2003 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de aan hem voor het jaar 2004 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de bij die aanslagen gegeven boetebeschikkingen.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2 Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren L.F. van Kalmthout en R.J. Koopman, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2014.