Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 14 maart 2014

Zaakgegevens

Op 14 maart 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 maart 2014
Datum publicatie
13 maart 2014
Zaaknummer
13/00267
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:585
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Leeuwarden · 4 december 2012

    ECLI:NL:GHLEE:2012:BY5282
  2. Hoge Raad · 14 maart 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:585

Uitspraak

14 maart 2014

Nr. 13/00267

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongeradeel (hierna: het College) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwarden van 4 december 2012, nrs. 11/00218 tot en met 11/000222 en 12/00327, betreffende ten aanzien van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) genomen beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken.

1 Geding in cassatie

Het College heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een klacht aangevoerd.

Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. Hij heeft tevens incidenteel beroep in cassatie ingesteld en daarbij een klacht aangevoerd.

Het College heeft een conclusie van repliek ingediend. Het College heeft tevens het incidentele beroep beantwoord.

2 Beoordeling van de in het principale beroep en in het incidentele beroep aangevoerde klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

Wat betreft het principale cassatieberoep zal het College worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Wat betreft het incidentele cassatieberoep van belanghebbende acht de Hoge Raad geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart:

de beide beroepen in cassatie ongegrond, en

veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongeradeel in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 974 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 14 maart 2014.

Van de gemeente Dongeradeel wordt ter zake van het door het College ingestelde beroep in cassatie een griffierecht geheven van € 466.