Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 17 januari 2014

Zaakgegevens

Op 17 januari 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 januari 2014
Datum publicatie
16 januari 2014
Zaaknummer
13/01935
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:74
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2010

    ECLI:NL:RBDOR:2010:1343
  2. Gerechtshof Den Haag · 20 februari 2013

    ECLI:NL:GHDHA:2013:2706

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 17 januari 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:74

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

17 januari 2014

Nr. 13/01935

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 20 februari 2013, nr. BK-10/00740, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Dordrecht (nr. AWB 09/3) betreffende een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en voor het jaar 2007 opgelegde aanslagen in de onroerendezaakbelastingen.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dordrecht heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2 Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2014.