Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 18 april 2014

Zaakgegevens

Op 18 april 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 april 2014
Datum publicatie
17 april 2014
Zaaknummer
13/04524
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:933
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2013

    ECLI:NL:GHSHE:2013:4826
  2. Hoge Raad · 18 april 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:933

Uitspraak

18 april 2014

Nr. 13/04524

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 18 oktober 2013, nr. 12/00839, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. AWB 12/351) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2008 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, alsmede de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2 Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 18 april 2014.