Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 24 april 2015

Zaakgegevens

Op 24 april 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 april 2015
Datum publicatie
23 april 2015
Zaaknummer
14/05514
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:1115
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 30 september 2014

    ECLI:NL:GHARL:2014:7473
  2. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:RBGEL:2014:350

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 24 april 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:1115

Uitspraak

24 april 2015

Nr. 14/05514

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 30 september 2014, nr. 14/00143, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 13/3846) betreffende een door belanghebbende gedaan verzoek om toepassing van het bepaalde in artikel 23a, lid 1, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en P.M.F. van Loon, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2015.