Belastingrecht
Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht
Hoge Raad, 10 juli 2015
ECLI:NL:HR:2015:1826 · Hoge Raad · 10 juli 2015
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2015-1826
Zaakgegevens
Op 10 juli 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 juli 2015
- Datum publicatie
- 9 juli 2015
- Zaaknummer
- 14/06022
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2015:1826
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
HR: 81.1 RO.
Uitspraak
10 juli 2015
Nr. 14/06022
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 28 november 2014, nrs. AWB 14/5367 tot en met 14/5370, op het verzet van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank (nrs. AWB 14/5367 tot en met 14/5370) betreffende de ten aanzien van belanghebbende op de voet van artikel 30 van de Invorderingswet 1990 gegeven beschikking van de Ontvanger inzake invordering.
1 Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2015.