Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 6 februari 2015

Zaakgegevens

Op 6 februari 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 februari 2015
Datum publicatie
5 februari 2015
Zaaknummer
14/02535
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:226
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 1 februari 2013

    ECLI:NL:GHSHE:2013:BZ2897
  2. Hoge Raad · 12 juli 2013

    ECLI:NL:HR:2013:23

    (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen

  3. Gerechtshof Den Haag · 8 april 2014

    ECLI:NL:GHDHA:2014:3020
  4. Hoge Raad · 6 februari 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:226

Uitspraak

6 februari 2015

Nr. 14/02535

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van erven van [X], gewoond hebbende te [Z], (hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 8 april 2014, nr. BK-13/00676, betreffende een beschikking tot aansprakelijkstelling ingevolge de Invorderingswet 1990.

1 Het eerste en tweede geding in cassatie

De uitspraak van het Gerechtshof Arnhem (nr. 10/00255) is op het beroep van erflater bij arrest van de Hoge Raad van 8 juni 2012, nr. 11/02591, ECLI:NL:HR:2012:BW7714, BNB 2012/221, vernietigd, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest. De uitspraak van laatstgenoemd hof (nr. 12/00309) is op het beroep van erflater bij arrest van de Hoge Raad van 12 juli 2013, nr. 13/01159, ECLI:NL:HR:2013:23, BNB 2013/214, vernietigd, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Den Haag (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.

2 Het derde geding in cassatie

Belanghebbenden hebben tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij één middel voorgesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbenden hebben een conclusie van repliek ingediend.

3 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2015.