Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 11 september 2015

Zaakgegevens

Op 11 september 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 september 2015
Datum publicatie
10 september 2015
Zaaknummer
15/01255
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:2500
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Noord-Holland · 28 maart 2013

    ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ5930
  2. Uitspraak · 2013

    ECLI:NL:RBNHO:2013:2193
  3. Gerechtshof Amsterdam · 19 februari 2015

    ECLI:NL:GHAMS:2015:487

    Bekrachtiging/bevestiging

  4. Hoge Raad · 11 september 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:2500

Uitspraak

11 september 2015

Nr. 15/01255

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 19 februari 2015, nrs. 13/00271 tot en met 13/00274, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nrs. AWB 12/1303, 12/2189, 12/2190 en 12/2192) betreffende de aan belanghebbende over de jaren 2002 en 2003 opgelegde navorderingsaanslagen en voor de jaren 2004 en 2005 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij zes middelen aangevoerd.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2015.