Belastingrecht

Art. 80a en 81 RO. Verkorte afdoening cassatieberoep ook als daarin verzoek om prejudiciële verwijzing is gedaan.

Hoge Raad, 25 september 2015

Zaakgegevens

Op 25 september 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 september 2015
Datum publicatie
24 september 2015
Zaaknummer
14/06561
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:2796
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 80a en 81 RO. Verkorte afdoening cassatieberoep ook als daarin verzoek om prejudiciële verwijzing is gedaan.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:GHDHA:2014:3946
  2. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:GHDHA:2014:3947
  3. Conclusie A-G · 18 juni 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:996
  4. Hoge Raad · 25 september 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:2796

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie contrair

  5. Hoge Raad · 25 september 2015

    ECLI:NL:HR:2015:2797

    Conclusie contrair · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

25 september 2015

nr. 14/06561

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 21 november 2014, nr. BK-13/01811, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 12/5846) betreffende een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan overdrachtsbelasting. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 18 juni 2015 geconcludeerd tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. HR 26 mei 2015, nr. 14/02274, ECLI:NL:HR:2015:1332, NJ 2015/337).

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap, M.A. Fierstra, Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 25 september 2015.