Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 9 oktober 2015

Zaakgegevens

Op 9 oktober 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 oktober 2015
Datum publicatie
8 oktober 2015
Zaaknummer
15/01423
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:2997
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Haarlem · 1 juli 2011

    ECLI:NL:RBHAA:2011:BR2764
  2. Gerechtshof Amsterdam · 28 maart 2013

    ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1712

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Gerechtshof Den Haag · 17 februari 2015

    ECLI:NL:GHDHA:2015:555

    Bekrachtiging/bevestiging

  4. Hoge Raad · 9 oktober 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:2997

Uitspraak

9 oktober 2015

Nr. 15/01423

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 17 februari 2015, nr. BK-14/00577 betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2005 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting.

1 Het eerste geding in cassatie

De uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam (nr. 11/00641) is op het beroep van belanghebbende bij arrest van de Hoge Raad van 23 mei 2014, nr. 13/02325, ECLI:NL:HR:2014:1190, BNB 2014/178, vernietigd, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Den Haag (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.

2 Het tweede geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen voorgesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

3 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren C.B. Bavinck en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2015.