Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 27 november 2015

Zaakgegevens

Op 27 november 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 november 2015
Datum publicatie
26 november 2015
Zaaknummer
15/01202
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:3400
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2012

    ECLI:NL:RBARN:2012:1475
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 19 maart 2013

    ECLI:NL:GHARL:2013:BZ5889
  3. Hoge Raad · 23 mei 2014

    ECLI:NL:HR:2014:1189

    (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen

  4. Gerechtshof Amsterdam · 5 februari 2015

    ECLI:NL:GHAMS:2015:408

    Bekrachtiging/bevestiging

  5. Hoge Raad · 27 november 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:3400

Uitspraak

27 november 2015

Nr. 15/01202

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 5 februari 2015, nr. 14/00400, betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2008 opgelegde voorlopige aanslag in de vennootschapsbelasting.

1 Het eerste geding in cassatie

De uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (nr. 12/00481) is op het beroep van de Staatssecretaris bij arrest van de Hoge Raad van 23 mei 2014, nr. 13/02154, ECLI:NL:HR:2014:1189, BNB 2014/177, vernietigd, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Amsterdam (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.

2 Het tweede geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen voorgesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

3 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 27 november 2015.