Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 18 december 2015

Zaakgegevens

Op 18 december 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 december 2015
Datum publicatie
15 december 2015
Zaaknummer
15/02132
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:3592
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:RBROT:2014:2316
  2. Gerechtshof Den Haag · 1 april 2015

    ECLI:NL:GHDHA:2015:831

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 18 december 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:3592

Uitspraak

18 december 2015

Nr. 15/02132

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 1 april 2015, nrs. BK-14/00420 en BK-14/00600, op de hoger beroepen van belanghebbende tegen de uitspraken van de Rechtbank Rotterdam (nrs. ROT 12/4848 en ROT 13/7371) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslagen in de onroerendezaakbelastingen voor de jaren 2012 en 2013 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z].

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

2 Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2015.