Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 20 maart 2015

Zaakgegevens

Op 20 maart 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 maart 2015
Datum publicatie
19 maart 2015
Zaaknummer
14/01682
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:646
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank 's-Gravenhage · 22 mei 2012

    ECLI:NL:RBSGR:2012:BX3502
  2. Rechtbank 's-Gravenhage · 22 mei 2012

    ECLI:NL:RBSGR:2012:BX4240
  3. Rechtbank 's-Gravenhage · 22 mei 2012

    ECLI:NL:RBSGR:2012:BX4246
  4. Gerechtshof Den Haag · 18 februari 2014

    ECLI:NL:GHDHA:2014:473

    Bekrachtiging/bevestiging

  5. Hoge Raad · 20 maart 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:646

Uitspraak

20 maart 2015

Nr. 14/01682

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 18 februari 2014, nrs. BK-12/00520, 12/00521 en 12/00522, op het hoger beroep van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank te ’s-Gravenhage (nrs. AWB 10/3454, AWB 10/2898 en AWB 10/3457) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2001 en 2003 opgelegde aanslagen en de over het jaar 2002 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

De Staatssecretaris heeft een conclusie van dupliek ingediend.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de president M.W.C. Feteris als voorzitter, de vice-president R.J. Koopman, en de raadsheer J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2015.