Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 27 maart 2015

Zaakgegevens

Op 27 maart 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 maart 2015
Datum publicatie
26 maart 2015
Zaaknummer
14/04091
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:750
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Uitspraak

27 maart 2015

Nr. 14/04091

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X1] te [Z], [X2] te [Z], Verenigde Staten van Amerika, [X3] te [Z], Frankrijk en [X4] te [Z] (hierna gezamenlijk: belanghebbenden) tegen de uitspraak van Rechtbank Gelderland van 17 juli 2014, nrs. AWB 13/6838, AWB 13/6840, AWB 13/6841 en AWB 13/6842, betreffende aan belanghebbenden opgelegde aanslagen in de erfbelasting.

1 Geding in cassatie

Belanghebbenden hebben tegen de uitspraak van de Rechtbank beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbenden hebben een conclusie van repliek ingediend.

2 Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2015.