Belastingrecht

Onjuiste adressering aangiftebiljet door verzuim belanghebbende. Vereiste aangifte niet gedaan. Boete.

Hoge Raad, 3 april 2015

Zaakgegevens

Op 3 april 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
3 april 2015
Datum publicatie
2 april 2015
Zaaknummer
13/04361
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:810
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Onjuiste adressering aangiftebiljet door verzuim belanghebbende. Vereiste aangifte niet gedaan. Boete.

Procesgang

  1. Rechtbank Breda · 29 april 2011

    ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ7728
  2. Rechtbank Breda · 29 april 2011

    ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ7730
  3. Gerechtshof Den Haag · 23 juli 2013

    ECLI:NL:GHDHA:2013:3267

    Bekrachtiging/bevestiging

  4. Conclusie A-G · 15 december 2014

    ECLI:NL:PHR:2014:2303
  5. Hoge Raad · 3 april 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:810

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

3 april 2015

nr. 13/04361

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z], België (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 23 juli 2013, nrs. BK-12/00391 en BK-12/00392, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen de uitspraak van de Rechtbank Breda (nrs. AWB 06/5632 en AWB 05/4636) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2001 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven boetebeschikking. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal R.L.H. IJzerman heeft op 15 december 2014 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het door belanghebbende ingestelde cassatieberoep.

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 3 april 2015.