Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 8 juli 2016

Zaakgegevens

Op 8 juli 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 juli 2016
Datum publicatie
7 juli 2016
Zaaknummer
15/05577
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:1425
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Gelderland · 18 november 2014

    ECLI:NL:RBGEL:2014:7088
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 24 november 2015

    ECLI:NL:GHARL:2015:8878

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Hoge Raad · 8 juli 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:1425

Uitspraak

8 juli 2016

Nr. 15/05577

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 november 2015, nr. 14/01278, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 13/5850) betreffende een verzoek als bedoeld in artikel 19 van de Wet op belastingen van rechtsverkeer.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2016.