Belastingrecht
Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht
Hoge Raad, 16 september 2016
ECLI:NL:HR:2016:2102 · Hoge Raad · 16 september 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2016-2102
Zaakgegevens
Op 16 september 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 september 2016
- Datum publicatie
- 15 september 2016
- Zaaknummer
- 16/00528
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:2102
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
HR: 81.1 RO.
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 15 januari 2015
ECLI:NL:RBDHA:2015:487Gerechtshof Den Haag · 16 december 2015
ECLI:NL:GHDHA:2015:3780Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Hoge Raad · 16 september 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:2102
Uitspraak
16 september 2016
Nr. 16/00528
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] N.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 16 december 2015, nr. BK-15/00226, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 14/3368) betreffende de door belanghebbende op aangifte als pseudo-eindheffing hoog loon afgedragen loonbelasting over het tijdvak maart 2013.
1 Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij vier middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. HR 29 januari 2016, nr. 15/00340, ECLI:NL:HR:2016:121, BNB 2016/163, en HR 29 januari 2016, nr. 15/03090, ECLI:NL:HR:2016:124, BNB 2016/164).
3 Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2016.