Belastingrecht
Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht
Hoge Raad, 28 oktober 2016
ECLI:NL:HR:2016:2434 · Hoge Raad · 28 oktober 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2016-2434
Zaakgegevens
Op 28 oktober 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 28 oktober 2016
- Datum publicatie
- 27 oktober 2016
- Zaaknummer
- 15/05135
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:2434
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
HR: 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 25 september 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:3712Hoge Raad · 28 oktober 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:2434
Uitspraak
28 oktober 2016
Nr. 15/05135
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van de fiscale eenheid [X1] B.V. en [X2] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 25 september 2015, nr. 13/01030, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. AWB 13/1660) betreffende een aan belanghebbende over het tijdvak 1 maart 2006 tot en met 31 maart 2006 opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting en de daarbij gegeven beschikking inzake heffingsrente.
1 Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij één klacht aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
2 Beoordeling van de klacht
De klacht kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klacht niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren L.F. van Kalmthout en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2016.