Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 4 maart 2016

Zaakgegevens

Op 4 maart 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
4 maart 2016
Datum publicatie
3 maart 2016
Zaaknummer
15/00339
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:367
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 7 mei 2014

    ECLI:NL:RBDHA:2014:5581
  2. Rechtbank Den Haag · 7 mei 2014

    ECLI:NL:RBDHA:2014:5583
  3. Gerechtshof Den Haag · 16 december 2014

    ECLI:NL:GHDHA:2014:4131

    Bekrachtiging/bevestiging

  4. Hoge Raad · 4 maart 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:367

Uitspraak

4 maart 2016

Nr. 15/00339

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X1] B.V. te [Z] en [X2] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 16 december 2014, nrs. BK-14/00585 tot en met BK-14/00588, op het hoger beroep van belanghebbenden tegen uitspraken van de Rechtbank Den Haag (nrs. AWB 13/9673 LB, AWB 13/9682 LB, AWB 13/9684 LB en AWB 13/9687 LB) betreffende de door elk van de belanghebbenden op aangifte als pseudo-eindheffing hoog loon afgedragen loonbelasting over het tijdvak maart 2013.

1 Geding in cassatie

Belanghebbenden hebben tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbenden hebben een conclusie van repliek ingediend.

De Staatssecretaris heeft een conclusie van dupliek ingediend.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. ook HR 29 januari 2016, nr. 15/00340, ECLI:NL:HR:2016:121, en HR 29 januari 2016, nr. 15/03090, ECLI:NL:HR:2016:124).

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2016.