Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 18 maart 2016

Zaakgegevens

Op 18 maart 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 maart 2016
Datum publicatie
17 maart 2016
Zaaknummer
15/02274
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:434
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:RBNNE:2014:3786
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 21 april 2015

    ECLI:NL:GHARL:2015:2904

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 18 maart 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:434

Uitspraak

18 maart 2016

Nr. 15/02274

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 april 2015, nrs. 14/00790 tot en met 14/00792, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (nrs. AWB LEE 13/1630, 13/1633 en 13/1636) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2011 en 2013 opgelegde aanslagen in de zuiveringsheffing.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een klacht aangevoerd.

Het Dagelijks Bestuur van het Waterschap Hunze en Aa’s heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2 Beoordeling van de klacht

De klacht kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klacht niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2016.