Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 22 april 2016

Zaakgegevens

Op 22 april 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 april 2016
Datum publicatie
21 april 2016
Zaaknummer
15/02134
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:698
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 31 maart 2015

    ECLI:NL:GHARL:2015:2567
  2. Hoge Raad · 22 april 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:698

Uitspraak

22 april 2016

Nr. 15/02134

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 maart 2015, nr. 13/01097, betreffende de aan belanghebbende ter zake van het jaar 2000 opgelegde boetebeschikking met betrekking tot de navorderingsaanslag vermogensbelasting.

1 Het eerste geding in cassatie

De uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch is op de beroepen van de Staatssecretaris en belanghebbende bij arrest van de Hoge Raad van 11 oktober 2013, nr. 12/00346, ECLI:NL:HR:2013:844, BNB 2013/250, vernietigd, met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.

2 Het tweede geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

3 Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren C. Schaap en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2016.