Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 22 januari 2016

Zaakgegevens

Op 22 januari 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 januari 2016
Datum publicatie
21 januari 2016
Zaaknummer
15/03045
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:96
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:RBNHO:2014:491
  2. Gerechtshof Amsterdam · 21 mei 2015

    ECLI:NL:GHAMS:2015:3125

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 22 januari 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:96

Uitspraak

22 januari 2016

Nr. 15/03045

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 21 mei 2015, nrs. 14/00160 tot en met 14/00164, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nrs. AWB 13/3278 tot en met 13/3282) betreffende de aan belanghebbende over de tijdvakken 2007 tot en met 2011 opgelegde naheffingsaanslagen in de loonbelasting/premie volksverzekeringen.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2016.