Belastingrecht
Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht
Hoge Raad, 9 juni 2017
ECLI:NL:HR:2017:1041 · Hoge Raad · 9 juni 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-1041
Zaakgegevens
Op 9 juni 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 juni 2017
- Datum publicatie
- 8 juni 2017
- Zaaknummer
- 17/00637
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:1041
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
HR: 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 januari 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:71Hoge Raad · 9 juni 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:1041
Uitspraak
9 juni 2017
Nr. 17/00637
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 12 januari 2017, nr. 15/01057, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Limburg (nrs. AWB/ROE 14/3772 en AWB/ROE 14/3773) betreffende een aan belanghebbende voor het jaar 2013 opgelegde aanslag in de afvalstoffenheffing van de gemeente Maasgouw.
1 Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
2 Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (zie HR 7 februari 1973, nr. 16885, BNB 1973/69).
3 Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4 Griffierecht
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor toewijzing van het verzoek van belanghebbende om teruggave van griffierecht omdat, anders dan belanghebbende betoogt, geen sprake is van samenhang als bedoeld in artikel 8:14 Awb tussen de onderhavige zaak en de zaak die bij de Hoge Raad is geregistreerd onder nummer 17/00638.
5 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2017.