Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 10 februari 2017

Zaakgegevens

Op 10 februari 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 februari 2017
Datum publicatie
9 februari 2017
Zaaknummer
16/01940
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:205
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 22 januari 2014

    ECLI:NL:RBZWB:2014:577
  2. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:GHSHE:2014:2842

    Niet ontvankelijk

  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 7 mei 2015

    ECLI:NL:GHSHE:2015:1662

    Overig

  4. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 25 maart 2016

    ECLI:NL:GHSHE:2016:1138

    Bekrachtiging/bevestiging

  5. Hoge Raad · 10 februari 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:205

Uitspraak

10 februari 2017

Nr. 16/01940

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z], België (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 25 maart 2016, nrs. 14/00281 tot en met 14/00295, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. AWB 12/3966, AWB 12/4665, AWB 13/11 tot en met AWB 13/14, AWB 13/1271 tot en met AWB 13/1273, AWB 13/1909, AWB 13/2712, AWB 13/2713 en AWB 13/4772 tot en met AWB 13/4774), betreffende van belanghebbende ingehouden bedragen aan loonbelasting/premie volksverzekeringen.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2 Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 10 februari 2017.