Belastingrecht
Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht
Hoge Raad, 13 oktober 2017
ECLI:NL:HR:2017:2609 · Hoge Raad · 13 oktober 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-2609
Zaakgegevens
Op 13 oktober 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 oktober 2017
- Datum publicatie
- 12 oktober 2017
- Zaaknummer
- 17/00800
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:2609
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Rechtbank Breda · 19 juli 2010
ECLI:NL:RBBRE:2010:BN2883Rechtbank Breda · 19 juli 2010
ECLI:NL:RBBRE:2010:BN2891Rechtbank Breda · 19 juli 2010
ECLI:NL:RBBRE:2010:BN2906Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 januari 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:76(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Hoge Raad · 13 oktober 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:2609
Uitspraak
13 oktober 2017
nr. 17/00800
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 12 januari 2017, nrs. 10/00626, 10/00633, 10/00634 en 10/00635, op de hoger beroepen van belanghebbende tegen uitspraken van de Rechtbank te Breda (nrs. AWB 08/4812, AWB 08/4813 en AWB 08/4814) betreffende de aan belanghebbende opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 1995 en 2002 en in de vermogensbelasting over het jaar 1996, alsmede de daarbij gegeven boetebeschikkingen dan wel beschikkingen inzake een verhoging en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente.
1 Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
2 Beoordeling van de klachten
De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2017.