Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 8 december 2017

Zaakgegevens

Op 8 december 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 december 2017
Datum publicatie
7 december 2017
Zaaknummer
16/01225
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:3092
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Noord-Holland · 27 februari 2014

    ECLI:NL:RBNHO:2014:1809
  2. Gerechtshof Amsterdam · 28 januari 2016

    ECLI:NL:GHAMS:2016:416

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 8 december 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:3092

Uitspraak

8 december 2017

Nr. 16/01225

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 28 januari 2016, nrs. 14/00205 tot en met 14/00210, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nrs. AWB 13/1768 tot en met AWB 13/1773) betreffende zes ten aanzien van belanghebbende bij beschikking gegeven bindende tariefinlichtingen.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en M.E. van Hilten, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2017.