Belastingrecht
Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht
Hoge Raad, 7 april 2017
ECLI:NL:HR:2017:618 · Hoge Raad · 7 april 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-618
Zaakgegevens
Op 7 april 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 april 2017
- Datum publicatie
- 6 april 2017
- Zaaknummer
- 16/04366
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:618
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
HR: 81.1 RO.
Procesgang
Rechtbank Den Haag · 28 oktober 2014
ECLI:NL:RBDHA:2014:14211Gerechtshof Den Haag · 20 juli 2016
ECLI:NL:GHDHA:2016:2389Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Hoge Raad · 7 april 2017
ECLI:NL:HR:2017:609Hoge Raad · 7 april 2017
ECLI:NL:HR:2017:611Hoge Raad · 7 april 2017
ECLI:NL:HR:2017:612Hoge Raad · 7 april 2017
ECLI:NL:HR:2017:613Hoge Raad · 7 april 2017
ECLI:NL:HR:2017:614Hoge Raad · 7 april 2017
ECLI:NL:HR:2017:615Hoge Raad · 7 april 2017
ECLI:NL:HR:2017:616Hoge Raad · 7 april 2017
ECLI:NL:HR:2017:617Hoge Raad · 7 april 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:618
Hoge Raad · 7 april 2017
ECLI:NL:HR:2017:619
Uitspraak
7 april 2017
Nr. 16/04366
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 20 juli 2016, nr. BK-14/01671, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 14/905) betreffende de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag loonheffingen over het tijdvak maart 2013.
1 Geding in cassatie
Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Proceskosten
De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2017.