Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 5 oktober 2018

Zaakgegevens

Op 5 oktober 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 oktober 2018
Datum publicatie
4 oktober 2018
Zaaknummer
17/02451
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:1871
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Gelderland · 12 november 2015

    ECLI:NL:RBGEL:2015:6897
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 11 april 2017

    ECLI:NL:GHARL:2017:3134

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Hoge Raad · 5 oktober 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:1871

Uitspraak

5 oktober 2018

Nr. 17/02451

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 11 april 2017, nrs. 15/01554 en 15/01555, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nrs. AWB 15/408 en AWB 15/409) betreffende ten aanzien van belanghebbende gegeven informatiebeschikkingen.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft de zaak doen toelichten door M. Hendriks en J. Berns, advocaten te Nijmegen.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, P.M.F. van Loon, M.E. van Hilten en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 5 oktober 2018.