Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 12 oktober 2018

Zaakgegevens

Op 12 oktober 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 oktober 2018
Datum publicatie
11 oktober 2018
Zaaknummer
18/00335
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:1911
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2016

    ECLI:NL:RBZWB:2016:2959
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 14 december 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:5580

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Hoge Raad · 12 oktober 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:1911

Uitspraak

12 oktober 2018

Nr. 18/00335

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 14 december 2017, nrs. 16/03390 t/m 16/03393, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 15/4920 t/m BRE 15/4923) betreffende de aan belanghebbende over de jaren 2009 tot en met 2012 opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente en belastingrente.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren J.A.C.A. Overgaauw en M.A. Fierstra, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2018.