Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 1 juni 2018

Zaakgegevens

Op 1 juni 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 juni 2018
Datum publicatie
31 mei 2018
Zaaknummer
17/05464
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:808
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Gelderland · 22 september 2016

    ECLI:NL:RBGEL:2016:5070
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 10 oktober 2017

    ECLI:NL:GHARL:2017:8755

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 1 juni 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:808

Uitspraak

1 juni 2018

nr. 17/05464

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 oktober 2017, nrs. 16/01351 tot en met 16/01356, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nrs. AWB 15/6787, 15/6789, 15/6791, 15/7593, 15/7594 en 15/7595) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2009 tot en met 2012 opgelegde (navorderings)aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de voor de jaren 2009 en 2012 opgelegde (navorderings)aanslagen in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente en belastingrente.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2018.