Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 15 juni 2018

Zaakgegevens

Op 15 juni 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 juni 2018
Datum publicatie
14 juni 2018
Zaaknummer
17/05145
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:926
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 15 november 2016

    ECLI:NL:RBDHA:2016:14428
  2. Gerechtshof Den Haag · 26 september 2017

    ECLI:NL:GHDHA:2017:2784

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Hoge Raad · 15 juni 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:926

Uitspraak

15 juni 2018

nr. 17/05145

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst te Hulst (hierna: het College) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 26 september 2017, nr. BK-16/00583, op het hoger beroep van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. 16/1016) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2015 opgelegde aanslag in de precariobelasting van de gemeente Hulst.

1 Geding in cassatie

Het College heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.

Het College heeft een conclusie van repliek ingediend.

2 Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

Het College zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie ongegrond, en

veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 1002 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2018.

Van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst wordt een griffierecht geheven van € 501.