Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 15 juni 2018

Zaakgegevens

Op 15 juni 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 juni 2018
Datum publicatie
14 juni 2018
Zaaknummer
17/05451
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:928
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 23 juni 2016

    ECLI:NL:RBZWB:2016:3843
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 6 oktober 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:4305

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Hoge Raad · 15 juni 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:928

Uitspraak

15 juni 2018

nr. 17/05451

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 6 oktober 2017, nrs. 16/03500, 16/03575 en 16/03577, op de hoger beroepen van belanghebbende en van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 15/3796) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2012 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven boetebeschikking, alsmede de voor dat jaar opgelegde aanslag in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij twee middelen voorgesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2018.