Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 22 juni 2018

Zaakgegevens

Op 22 juni 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 juni 2018
Datum publicatie
20 juni 2018
Zaaknummer
17/05624
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:965
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Centrale Raad van Beroep · 3 november 2017

    ECLI:NL:CRVB:2017:3882
  2. Hoge Raad · 22 juni 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:965

Uitspraak

22 juni 2018

nr. 17/05624

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 3 november 2017, nrs. 16/7608 AOW en 16/7609 AOW, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland (nrs. 15/2814 en 16/2311) betreffende een besluit van de Sociale Verzekeringsbank ingevolge de Algemene Ouderdomswet.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

De Sociale Verzekeringsbank heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2 Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2018.