Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 25 januari 2019

Zaakgegevens

Op 25 januari 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 januari 2019
Datum publicatie
24 januari 2019
Zaaknummer
18/00428
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:102
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Gelderland · 20 oktober 2016

    ECLI:NL:RBGEL:2016:5527
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 19 december 2017

    ECLI:NL:GHARL:2017:11200

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 25 januari 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:102

Uitspraak

25 januari 2019

Nr. 18/00428

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 december 2017, nrs. 16/01442 en 16/01443, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nrs. AWB 15/2132 en 15/3152) betreffende de voor de jaren 2014 en 2015 gegeven beschikkingen als bedoeld in artikel 3.156, lid 1, van de Wet op de inkomstenbelasting 2001.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 25 januari 2019.