Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 1 februari 2019

Zaakgegevens

Op 1 februari 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 februari 2019
Datum publicatie
31 januari 2019
Zaaknummer
18/02227
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:159
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2016

    ECLI:NL:RBZWB:2016:2659
  2. Centrale Raad van Beroep · 10 april 2018

    ECLI:NL:CRVB:2018:1159

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 1 februari 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:159

Uitspraak

1 februari 2019

Nr. 18/02227

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X1] en [X2] beiden te [Z] (hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 10 april 2018, nr. 16/3872 WWB, op het hoger beroep van belanghebbenden tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. 15/6457) betreffende besluiten van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tholen ingevolge de Wet werk en bijstand.

1 Geding in cassatie

Belanghebbenden hebben tegen de uitspraak van de Centrale Raad beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tholen heeft een verweerschrift ingediend.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2019.