Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 1 februari 2019

Zaakgegevens

Op 1 februari 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 februari 2019
Datum publicatie
31 januari 2019
Zaaknummer
18/02715
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:160
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 10 augustus 2016

    ECLI:NL:GHDHA:2016:2385
  2. Conclusie A-G · 30 januari 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:53
  3. Hoge Raad · 21 april 2017

    ECLI:NL:HR:2017:715

    (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen · Conclusie gevolgd

  4. Gerechtshof Amsterdam · 15 mei 2018

    ECLI:NL:GHAMS:2018:1918
  5. Hoge Raad · 1 februari 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:160

Uitspraak

1 februari 2019

Nr. 18/02715

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 15 mei 2018, nrs. 17/00341, 17/00342 en 17/00392, betreffende de aan belanghebbende voor het derde en het vierde kwartaal van 2014 en het eerste kwartaal van 2015 opgelegde aanslagen in het binnenhavengeld van de gemeente Leiden.

1 Het eerste geding in cassatie

Bij arrest van de Hoge Raad van 21 april 2017, nr. 16/04681, ECLI:NL:HR:2017:715, is vernietigd de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag (nrs. BK-16/00028 tot en met BK-16/00030), met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Amsterdam (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.

2 Het tweede geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden (hierna: het College) heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

Het College heeft een conclusie van dupliek ingediend.

2 Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2019.