Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 8 februari 2019

Zaakgegevens

Op 8 februari 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 februari 2019
Datum publicatie
7 februari 2019
Zaaknummer
17/04210
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:179
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 20 januari 2016

    ECLI:NL:GHDHA:2016:111
  2. Hoge Raad · 17 februari 2017

    ECLI:NL:HR:2017:249

    (Gedeeltelijke) vernietiging met verwijzen

  3. Gerechtshof Amsterdam · 27 juli 2017

    ECLI:NL:GHAMS:2017:3737
  4. Conclusie A-G · 30 oktober 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:1215
  5. Hoge Raad · 8 februari 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:179

Uitspraak

8 februari 2019

Nr. 17/04210

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 27 juli 2017, nr. 17/00129, betreffende een aan belanghebbende over het jaar 2007 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de daarbij gegeven boetebeschikking en de daarbij gegeven beschikking inzake revisierente.

1 Het eerste geding in cassatie

Bij arrest van de Hoge Raad van 17 februari 2017, nr. 16/01006, ECLI:NL:HR:2017:249, is vernietigd de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag (nr. BK-14/01622), met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Amsterdam (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.

2 Het tweede geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

De Advocaat-Generaal R.E.C.M. Niessen heeft op 30 oktober 2018 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie (ECLI:NL:PHR:2018:1215).

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

3 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

5 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren J.A.C.A. Overgaauw, M.A. Fierstra, J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2019.