Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 15 februari 2019

Zaakgegevens

Op 15 februari 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 februari 2019
Datum publicatie
14 februari 2019
Zaaknummer
18/02382
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:230
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO

Procesgang

  1. Uitspraak · 2016

    ECLI:NL:RBGEL:2016:6694
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 8 mei 2018

    ECLI:NL:GHARL:2018:4167

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 15 februari 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:230

Uitspraak

15 februari 2019

Nr. 18/02382

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 mei 2018, nr. 17/00102, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nr. AWB 16/2508) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven boetebeschikking over het tijdvak oktober 2015.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, omdat het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer E.N. Punt als voorzitter, en de raadsheren M.E. van Hilten en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op
15 februari 2019.