Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 8 maart 2019

Zaakgegevens

Op 8 maart 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 maart 2019
Datum publicatie
7 maart 2019
Zaaknummer
18/00433
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:325
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 22 augustus 2013

    ECLI:NL:RBZWB:2013:6286
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 21 december 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:5846

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Hoge Raad · 8 maart 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:325

Uitspraak

8 maart 2019

Nr. 18/00433

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 21 december 2017, nrs. 13/01027 tot en met 13/01029, op het hoger beroep van [X] S.à R.L. te [Z], Luxemburg (hierna: belanghebbende) tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. AWB 12/4800 tot en met 12/4802) betreffende aan belanghebbende over ee tijdvakken1 januari 2007 tot en met 31 december 2007, 1 januari 2008 tot en met 31 december 2008 en 1 januari 2009 tot en met 31 december 2009 opgelegde naheffingsaanslagen in de loonheffingen.

1 Geding in cassatie

De Staatssecretaris van Financiën heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, omdat het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op
8 maart 2019.

Van de Staatssecretaris van Financiën wordt een griffierecht geheven van € 508.