Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 15 maart 2019

Zaakgegevens

Op 15 maart 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 maart 2019
Datum publicatie
14 maart 2019
Zaaknummer
18/03843
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:362
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Breda · 29 mei 2009

    ECLI:NL:RBBRE:2009:2054
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 23 december 2011

    ECLI:NL:GHSHE:2011:BV8346

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 9 december 2014

    ECLI:NL:GHARL:2014:9540

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  4. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 31 juli 2018

    ECLI:NL:GHARL:2018:6896

    Overig

  5. Uitspraak · 2018

    ECLI:NL:GHSHE:2018:3951

    Niet bevoegd

  6. Hoge Raad · 15 maart 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:362

Uitspraak

15 maart 2019

Nr. 18/03843

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 juli 2018, nrs. 17/00851 tot en met 17/00857, betreffende een verzoek van belanghebbende tot herziening van de uitspraak van dat Hof van 9 augustus 2016, nrs. 13/01292bis tot en met 13/01296bis, 13/01297bis en 13/01298bis.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, omdat de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 15 maart 2019.