Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 5 april 2019

Zaakgegevens

Op 5 april 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 april 2019
Datum publicatie
4 april 2019
Zaaknummer
18/02160
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:515
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 13 oktober 2016

    ECLI:NL:RBDHA:2016:12722
  2. Gerechtshof Den Haag · 7 april 2017

    ECLI:NL:GHDHA:2017:3302

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Hoge Raad · 17 november 2017

    ECLI:NL:HR:2017:2876
  4. Gerechtshof Amsterdam · 17 april 2018

    ECLI:NL:GHAMS:2018:1600

    Bekrachtiging/bevestiging

  5. Hoge Raad · 5 april 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:515

Uitspraak

5 april 2019

Nr. 18/02160

Arrest

gewezen op het beroep in cassatie van [X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 17 april 2018, nr. 17/00613, betreffende een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan overdrachtsbelasting.

1 Het eerste geding in cassatie

Bij arrest van de Hoge Raad van 17 november 2017, nr. 17/02490, ECLI:NL:HR:2017:2876, is vernietigd de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag (nr. BK-16/00507), met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Amsterdam (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.

2 Het tweede geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

3 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, omdat het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen redenen voor een veroordeling in de proceskosten.

5 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 5 april 2019.