Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 13 maart 2020

Zaakgegevens

Op 13 maart 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 maart 2020
Datum publicatie
12 maart 2020
Zaaknummer
19/04562
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:408
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Noord-Nederland · 22 januari 2015

    ECLI:NL:RBNNE:2015:1474
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 3 augustus 2016

    ECLI:NL:GHARL:2016:6243

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 19 september 2019

    ECLI:NL:GHSHE:2019:3474

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  4. Hoge Raad · 13 maart 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:408

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 19/04562

Datum 13 maart 2020

ARREST

in de zaak van

[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 september 2019, nr. 18/00574, betreffende een aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslag in de overdrachtsbelasting.

1 Het eerste geding in cassatie

Bij arrest van de Hoge Raad van 5 oktober 2018, nr. 16/04577, ECLI:NL:HR:2018:1866, is vernietigd de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (nr. 15/00208), met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dat arrest.

2 Het tweede geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

3 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten van het middel gericht tegen de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat dit middel niet kan leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van dit middel is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

4 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

5 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer G. de Groot als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt en A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2020.