Belastingrecht
Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht
Hoge Raad, 11 februari 2022
ECLI:NL:HR:2022:171 · Hoge Raad · 11 februari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/bestuursrecht/belastingrecht/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-171
Zaakgegevens
Op 11 februari 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 februari 2022
- Datum publicatie
- 10 februari 2022
- Zaaknummer
- 21/00040
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Belastingrecht
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:171
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
HR: 81.1 RO.
Procesgang
Uitspraak · 2019
ECLI:NL:RBDHA:2019:11865Gerechtshof Den Haag · 1 december 2020
ECLI:NL:GHDHA:2020:2730Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Hoge Raad · 11 februari 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:171
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer 21/00040
Datum 11 februari 2022
ARREST
in de zaak van
[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 1 december 2020, nrs. BK-19/00486 tot en met BK-19/00488, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nrs. SGR 18/4020, SGR 18/4022 en SGR 18/4023) betreffende aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen in de loonheffingen over de tijdvakken 1 januari 2012 tot en met 31 december 2014, de daarbij gegeven boetebeschikkingen en beschikkingen inzake belastingrente.
1 Geding in cassatie
Belanghebbende, vertegenwoordigd door F. Jagersma, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
2 Beoordeling van de middelen
De Hoge Raad heeft de middelen over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze middelen niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze middelen is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Griffierecht
Belanghebbende klaagt erover dat de griffier van de Hoge Raad van haar een te hoog bedrag aan griffierecht heeft geheven. De zaken met nummers 21/00039, 21/00040 en 21/00041 betreffen volgens belanghebbende samenhangende besluiten in de zin van artikel 8:41, lid 3, Awb. Daarom heeft de griffier volgens belanghebbende ten onrechte voor elke zaak afzonderlijk griffierecht geheven en moeten de door belanghebbende onder protest te veel betaalde bedragen worden gerestitueerd.
Dit betoog moet worden verworpen. De belastingaanslagen die in deze drie zaken aan de orde zijn, staan met betrekking tot de relevante feiten en omstandigheden niet in een zodanig nauw verband tot elkaar dat kan worden gezegd dat die belastingaanslagen samenhangende besluiten zijn in de zin van de hiervoor genoemde wetsbepaling.
Belanghebbende betoogt verder dat de griffier van de Hoge Raad haar beroep op betalingsonmacht had moeten toewijzen en dat hij ten onrechte de heffing van het griffierecht heeft voortgezet. Het griffierecht dat de gemachtigde van belanghebbende voor haar heeft betaald, moet daarom volgens belanghebbende worden gerestitueerd.
Dit betoog faalt reeds omdat belanghebbende, na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, niet heeft aangetoond dat zijzelf en de rechtstreeks bij haar betrokken natuurlijke personen niet in staat zijn het griffierecht te voldoen.
Gelet op dit een en ander ziet de Hoge Raad in hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd geen aanleiding het betaalde griffierecht geheel of gedeeltelijk te restitueren.
4 Proceskosten
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
5 Beslissing
De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2022.