Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 16 december 2022

Zaakgegevens

Op 16 december 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 december 2022
Datum publicatie
15 december 2022
Zaaknummer
21/04395
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1890
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Limburg · 24 januari 2020

    ECLI:NL:RBLIM:2020:551
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 1 oktober 2021

    ECLI:NL:GHSHE:2021:2970

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 16 december 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1890

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 21/04395

Datum 16 december 2022

ARREST

in de zaak van

[X], voorheen: [A] te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen

Het DAGELIJKS BESTUUR VAN DE BELASTINGSAMENWERKING GEMEENTEN EN WATERSCHAPPEN LIMBURG

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 oktober 2021, nrs. 20/00141 en 20/00142, op het hoger beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank Limburg (nrs. AWB 17/2802 en 17/2805) betreffende de aan belanghebbende voor de jaren 2013 en 2014 opgelegde aanslagen rioolheffing van de gemeente Nederweert.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door [P1], heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.

Het dagelijks bestuur van de belastingsamenwerking gemeenten en waterschappen Limburg (hierna: het Dagelijks Bestuur), vertegenwoordigd door [P2], heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

Het Dagelijks Bestuur heeft een conclusie van dupliek ingediend.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren P.A.G.M. Cools en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2022.

ECLI:NL:GHSHE:2021:2970.