Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 7 juli 2023

Zaakgegevens

Op 7 juli 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 juli 2023
Datum publicatie
6 juli 2023
Zaaknummer
20/03216
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1061
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Gelderland · 7 mei 2019

    ECLI:NL:RBGEL:2019:1951
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 28 juli 2020

    ECLI:NL:GHARL:2020:5725
  3. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 28 juli 2020

    ECLI:NL:GHARL:2020:5726

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  4. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 28 juli 2020

    ECLI:NL:GHARL:2020:5727
  5. Conclusie A-G · 1 september 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:1270
  6. Conclusie A-G · 1 september 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:1271
  7. Conclusie A-G · 3 september 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:1272
  8. Conclusie A-G · 3 september 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:789
  9. Hoge Raad · 7 juli 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1061

  10. Hoge Raad · 7 juli 2023

    ECLI:NL:HR:2023:1062
  11. Hoge Raad · 7 juli 2023

    ECLI:NL:HR:2023:1064

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 20/03216

Datum 7 juli 2023

ARREST

in de zaak van

[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 juli 2020, nrs. 19/00808 tot en met 19/00810, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nrs. AWB 17/6313, AWB 17/6314 en AWB 17/6316) betreffende aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen in de omzetbelasting over de kalenderjaren 2011, 2012 respectievelijk 2013 en de daarbij gegeven beschikkingen inzake heffingsrente respectievelijk belastingrente.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door M. Klomp, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Staatssecretaris van Financiën, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

De Advocaat-Generaal C.M. Ettema heeft op 3 september 2021 geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep in cassatie.

Belanghebbende heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.N. Punt, M.A. Fierstra, E.F. Faase en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2023.

ECLI:NL:GHARL:2020:5726. ECLI:NL:PHR:2021:789, met gemeenschappelijke bijlage ECLI:NL:PHR:2021:1272.