Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 18 augustus 2023

Zaakgegevens

Op 18 augustus 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 augustus 2023
Datum publicatie
17 augustus 2023
Zaaknummer
22/03246
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1106
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Gelderland · 12 mei 2021

    ECLI:NL:RBGEL:2021:2379
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 19 juli 2022

    ECLI:NL:GHARL:2022:6288

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Hoge Raad · 18 augustus 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1106

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 22/03246

Datum 18 augustus 2023

ARREST

in de zaak van

de erfgenamen van [X 1] EN [X 2], gewoond hebbende te [Z], (hierna: belanghebbenden)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 juli 2022, nrs. BK-ARN 21/00753 en BK-ARN 21/00754, op het hoger beroep van belanghebbenden tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland (nrs. AWB 20/5562 en 20/5563) betreffende de aan [X 1] en [X 2] (hierna: erflaters) voor de jaren 2009 tot en met 2013 opgelegde aanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1 Geding in cassatie

Belanghebbenden, vertegenwoordigd door G. Veldhuisen, hebben tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbenden hebben een conclusie van repliek ingediend.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2023.

ECLI:NL:GHARL:2022:6288.