Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 6 oktober 2023

Zaakgegevens

Op 6 oktober 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 oktober 2023
Datum publicatie
5 oktober 2023
Zaaknummer
22/01546
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1402
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 22/01546

Datum 6 oktober 2023

ARREST

in de zaak van

[X] B.V. (hierna: belanghebbende)

tegen

de MINISTER VAN FINANCIËN VAN CURAÇAO

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 22 februari 2022, nrs. CUR2021H00142 tot en met CUR2021H00164, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (nrs. CUR202003359 tot en met CUR202003366 en CUR202003381 tot en met CUR202003395) betreffende aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen in de winstbelasting over de jaren 2012 tot en met 2014, aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen in de omzetbelasting over de jaren 2013 tot en met 2015, aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen in de loonbelasting, premies AOV/AWW en premie AVBZ over het jaar 2012, aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen in de loonbelasting, premies AOV/AWW, premie AVBZ en premie BVZ over de jaren 2013 tot en met 2015, en de bij alle naheffingsaanslagen gegeven boetebeschikkingen.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.

2 Beoordeling van de klachten

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.E. van Hilten als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2023.

ECLI:NL:OGHACMB:2022:10.