Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 24 november 2023

Zaakgegevens

Op 24 november 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 november 2023
Datum publicatie
23 november 2023
Zaaknummer
23/01540
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1641
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 18 mei 2021

    ECLI:NL:RBZWB:2021:3282
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 1 maart 2023

    ECLI:NL:GHSHE:2023:1013

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 24 november 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1641

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 23/01540

Datum 24 november 2023

ARREST

in de zaak van

[X] (hierna: belanghebbende)

tegen

de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 1 maart 2023, nrs. BKDH-21/00568 tot en met BKDH-21/00570, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 18/02936 tot en met BRE 18/02938) betreffende de aan belanghebbende opgelegde aanslagen in de schenkbelasting.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door M. Hendriks, advocaat te Nijmegen en A.G. Haasnoot, advocaat te Amsterdam, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.

De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft de zaak schriftelijk doen toelichten door M. Hendriks en A.G. Haasnoot.

2 Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 24 november 2023.

ECLI:NL:GHSHE:2023:1013.