Belastingrecht

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Belastingrecht

Hoge Raad, 22 december 2023

Zaakgegevens

Op 22 december 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over belastingrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 december 2023
Datum publicatie
20 december 2023
Zaaknummer
22/02350
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1787
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

BELASTINGKAMER

Nummer 22/02350

Datum 22 december 2023

ARREST

in de zaak van

[X] B.V. (hierna: belanghebbende)

tegen

het BESTUURSCOLLEGE VAN HET OPENBAAR LICHAAM BONAIRE

op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 28 april 2022, nrs. BON2021H00002 tot en met BON2021H00011, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (nrs. BON202000142 tot en met BON202000151) betreffende de aan belanghebbende opgelegde naheffingsaanslagen speelvergunningsrecht over het derde kwartaal van 2017 tot en met het vierde kwartaal van 2019.

1 Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door J.P. Ruiter, heeft tegen de uitspraak het Hof beroep in cassatie ingesteld.

Het bestuurscollege van het openbaar lichaam Bonaire (hierna: het College), vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

Het College heeft een conclusie van dupliek ingediend.

2 Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2023.

ECLI:NL:OGHACMB:2022:56.